Kinderen van
0-4 jaar
 
De motorische ontwikkeling van het jonge kind
In de eerste jaren ontwikkelt en groeit een kind sneller en spectaculairder
dan in enige andere fase van zijn leven. Van een totaal hulpeloze,
door reflexen gestuurde baby in foetushouding tot een klein hummeltje
dat rondrent, springt en overal opklautert. Tijdens het bewegen en
spelen ontdekken baby¹s en peuters hun eigen lichaam en worden
zich bewust van hun mogelijkheden. Ook ervaren zij hoe dat voelt en
welke klanken en woorden erbij horen. Gedurende dit proces ontdekt
het kind behalve zijn eigen lichaam ook de omgeving. Er is sprake
van een voortdurende wisselwerking tussen het kind en de wereld om
hem heen. Dit proces van bewustwording heeft vooral te maken met de
ontwikkeling van de motoriek en de zintuigen en wordt sensomotorische
ontwikkeling genoemd. Deze sensomotorische ontwikkeling is de basis
voor de totale ontwikkeling van een kind. Bewegen heeft invloed op
de rijping van het zenuwstelsel en een bepaalde mate van rijping is
nodig om een beweging te kunnen uitvoeren. Diverse factoren kunnen
er de oorzaak van zijn dat de sensomotorische ontwikkeling niet goed
verloopt. Bewegen en spelen, gedrag en verzorging kunnen hierdoor
worden beïnvloed.
Voorbeelden
- Een baby met te lage spierspanning voelt slap aan. Hij heeft moeite
met zich oprichten tegen de zwaartekracht; bijvoorbeeld het optillen
van zijn hoofd.
- Baby¹s die zich steeds overstrekken zijn zo krampachtig dat
in bad doen, aan- en uitkleden en voeden niet makkelijk gaan.
- Een peuter die vaak valt en zich niet goed op kan vangen met de
handen, omdat hij zijn armen niet goed gestrekt houdt, valt telkens
op zijn hoofd.
Motorische problemen kunnen leiden tot gedragsproblemen zoals angstig
en onzeker gedrag óf baldadig en clownesk gedrag. Ook kunnen
motorische problemen op de lagere school resulteren in leerproblemen.
Daarom is het van groot belang dat deze in een vroeg stadium gesignaleerd,
gediagnosticeerd en behandeld worden.

|